Trema oefenen

Je hebt 15 minuten om de oefening te maken. Als je in één woord twee opeenvolgende klinkers niet als één klank mag lezen, zet je op de tweede klinker een trema : ruïne. Opdracht: zet de woorden in het meervoud en plaats het trema. Tip: kopieer en plak dit teken, als je het. Twee puntjes boven een klinker (a, e, i, o en u) noem je een trema.

Meer oefenen met meervouden met een trema. Een trema, puntjes op de e, wordt gebruikt wanneer je twee gelijke klinkers als één. Elektricien en opticien krijgen dus geen trema. Blijf je niet (meeeten) na deze (feeerieke) voorstelling? Woorden zonder klemtoon op –ie krijgen een meervoud met –iën.

Je schrijft dus koloniën, want de klemtoon ligt op kolonie. In dit filmpje, dat ook wordt gebruikt in de Taaltrainer, wordt uitgelegd wanneer je een trema plaatst. Wanneer gebruik je een koppelteken, een trema of een apostrof? Oefenen Je gaat oefenen met het gebruik van het koppelteken, de trema en de apostrof. Koppelteken Lees nog een keer de theorie in. Oefenen Tijdens deze stap van de opdracht ga je oefenen met het gebruik van een trema, het koppelteken en de apostrof. Als in een woord twee of drie klinkers naast elkaar staan, schrijf je soms een trema. Meestal staat het trema op de e, soms op de i. Het trema geeft aan: hier begint een nieuwe klankgroep.

Let dan op de klemtoon: dat is de klankgroep. De geallieerden wonnen de lange oorlog. Klik hier om de oefening in de leermodule te doen. Als de klemtoon niet op de laatste lettergreep valt, komt. Als de hoofdklemtoon op de laatste lettergreep valt – zoals in epidemíé – is de meervoudsuitgang -en: epidemieën.

Aan elkaar, los, leestekens zoals o. Kijk goed naar de twee woorden waaruit het nieuwe woord wordt. Je zet een streepje of een trema om te voorkomen dat het woord verkeerd wordt uitgesproken. Oefening : accent, trema of apostrof – CambiumNed (B2-C1) Oefening :. Doel – De leerlingen herhalen woorden met een trema. Zo komen de woorden met een trema ("), zoals in "knieën" aan bod.

Opdracht 1: Zet de woorden tussen haakjes in het meervoud. Groep 4, Groep 5, Groep 6, Groep 7, Groep 8.